Het Schilderij

HET SCHILDERIJ

Eerste prijs schrijfwedstrijd Writersworld ‘Aletta’

“Verdomme!” Ik vloek hartgrondig terwijl ik met lede ogen toezie hoe mijn boodschappen over de grond rollen. Nee he, dit kan ik er nou nét niet bij hebben. Ik kijk naar de kapotte plastic tas die overduidelijk niet sterk genoeg was voor de inhoud.

“Verdomme!”, zeg ik nogmaals. “Wat een rotdag”. Als ik opkijk, zie ik in de etalage mijn weerspiegeling. Ben ik dat? Een vrouw met een rood hoofd, beginnende zweetplekken in de blouse van klotsende oksels en op de grond wat appels en een bloemkool als stille getuigen.

Ik kijk op mijn horloge en besef dat mijn pauze eigenlijk al voorbij is. Dat zal me zeker een reprimande opleveren van mijn veeleisende bazin. Zo’n vrouw wiens haar altijd perfect zit, evenals haar kleding. Een vrouw die niet zelf de boodschappen doet. Een geslaagde zakenvrouw met een carrière. Een bitch, dat wel. Met een zucht zet ik de in stukken gescheurde boodschappentas op de grond en begin ik met het verzamelen van de appels en bloemkool. “Oké, dat is gelukt, maar nu heb ik een nieuwe tas nodig”, mompel ik in mezelf.

Ik kijk om me heen en mijn oog valt weer op de etalage waarin ik eerder mijn weerspiegeling zag. Dit keer kijk ik verder en bemerk dat het een galerie is. De deur gaat open en er komt een vrouw naar buiten. “Kan ik u helpen?” De vrouw spreekt met een buitengewoon warme stem. Voordat ik antwoord kan geven pakt de vrouw de boodschappentas op terwijl ze zegt: “Komt u maar binnen, ik heb vast nog wel een tas voor u.” Gedwee volg ik haar, mijn armen vol met appels en bovenop de bloemkool gevaarlijk balancerend. Binnen is het heerlijk koel. Het is een verademing met de warmte buiten. Ik plof neer in een stoel en kom langzaam wat op adem.

De vrouw komt terug met een plastic tas en een glas water, dat ik gretig van haar aanneem. “Zo,” zegt de vrouw, nadat ik het glas water heb leeggedronken. “Je mag gerust even rondkijken hoor”. “Eigenlijk ben ik al te laat. Mijn bazin wacht op me”, antwoord ik timide. “Te laat is te laat, dan maken een paar minuten meer of minder toch niet uit, of wel?” De vrouw kijkt me doordringend aan. Ik sla mijn ogen neer en haal mijn schouders op. “U hebt gelijk. Het moment dat mijn bazin mij straks uitkaffert, mag best uitgesteld worden”. Ik kijk om me heen en zie diverse schilderijen. Sommige hangend, andere juist weer staand.

“Heeft u die geschilderd?” Ik krijg geen antwoord. De vrouw is verdwenen. Hoewel ik dat een beetje vreemd vind, sta ik desondanks op en begin mijn ronde langs de diverse schilderijen. Eigenlijk ben ik geen kunstliefhebber. Het is lang geleden dat ik in een galerie ben geweest. De laatste keer maakte ik de fout om de schilder te vragen wat zijn schilderijen voorstelden. Hij had me venijnig aangekeken en zich omgedraaid, mij verbijsterd achterlatend. Achteraf hoorde ik dat je dergelijke vragen schijnbaar niet behoort te stellen.

Terwijl ik glimlachend aan dat voorval terugdenk, valt mijn oog plotseling op een schilderij. Ik word er als het ware naartoe getrokken. Het is een schilderij waarop een cirkel geschilderd is. Nee, het is geen cirkel. Het is een mandala. Een groot groen vlak met daarin een cirkel bestaande uit de kleuren bruin, blauw, paars en wit. Er zijn nog veel meer kleuren in verwerkt bemerk ik terwijl ik zo ongeveer met mijn neus tegen het schilderij sta. Er straalt een grote mate van rust uit van het schilderij. Rust en nog veel meer. De begrippen tollen door elkaar in mijn hoofd. Meditatie, reinheid, zuiverheid…

Hoe langer ik er naar kijk, hoe meer positiviteit er van het schilderij lijkt uit te gaan. Ik voel hoe ik als het ware gesterkt word door dit schilderij. Plotsklaps is het moment van euforie voorbij. De tranen rollen inmiddels over mijn wangen. De klap van de werkelijkheid komt hard aan. Dit schilderij beeldt namelijk alles uit wat ik niet heb in mijn leven.  Mijn leven is vol hectiek; een rotbaan bij een rotbazin. Hoelang wacht ik al op waardering die ik maar niet krijg? Te lang, dat is duidelijk. Mijn schaarse vrije tijd wordt opgevuld met huishoudelijke klussen en op vakantie ben ik al in geen jaren geweest.

Ik kijk weer naar het schilderij. Ik heb de neiging om erin te willen verdwijnen om zo nog dichterbij de sereniteit die het uitstraalt te kunnen komen, één te kunnen worden met het schilderij. “Je mag het meenemen, als je wilt”. De vrouw staat plotseling naast me. In eerste instantie schrik ik van haar verschijning uit het niets, doch haar warme stem zorgt ervoor dat ik me in haar nabijheid snel weer prettig voel. “Meenemen? U bedoelt kopen waarschijnlijk? Ik ben bang dat ik me dat niet kan veroorloven en…”. De vrouw onderbreekt me resoluut. “Als ik zeg meenemen, dan bedoel ik dat ook. Jouw reactie op dit schilderij heb ik nog niet eerder ervaren. Jij en het schilderij horen bij elkaar. Luister naar wat het schilderij tegen je zegt”.

Even later loop ik over straat met onder mijn arm het zorgvuldig ingepakte schilderij. Ik ben bijna de hoek om als ik me bedenk dat ik mijn boodschappen vergeten ben. Snel loop ik terug. De galerie is alleen nergens te bekennen. Hoe kan dat nou? Ik kijk alle kanten op en moet constateren dat de galerie toch echt hier was. Mijn oog valt op een tweetal tassen, netjes gestald tegen de gevel van een in aanbouw zijnd pand. Het zijn mijn boodschappen. Er zit een briefje op geplakt met de woorden “Leef je leven nu, voor het te laat is.” Ik ben verbijsterd en lees nogmaals de woorden op het briefje. Ik pak mijn telefoon en toetst het nummer in van mijn bazin. Zonder haar tirade af te wachten, vertel ik haar dat ik ontslag neem en dan hang ik op. Tijd op mijn leven op te pakken. Bedankt schilderij!