Slovenie – 1989

Deze vakantie is een tijd geleden. Feitelijk heette Slovenië toen nog gewoon Joegoslavië. Een paar jaar later begon de oorlog. Daarna is Joegoslavië verdeeld in allemaal aparte landen.

20160922_085932

Onze uitvalsbasis is Portorož waar we in Hotel Riviera verblijven, aan de zogenaamde hotelboulevard. Portorož is een kustplaats in het Sloveense deel van Istrië. Het is één van de meest toeristische plaatsen van Slovenië. Portorož maakt deel uit van de gemeente Piran. Iedere avond wordt de doorgaande weg gesloten en verandert het in een gezellige boulevard waar je heerlijk kunt slenteren en genieten. Maar… we zijn hier niet om alleen te zonnen. We willen graag wat zien. Portorož zelf is niet veel meer dan hotels.

st-bernardinOp de heuveltop bezoeken we de ruïnes van de kerk van St. Bernadin. Deze kerk is gebouwd in de 15e eeuw. De ruïnes van de klokkentoren zijn het beste intact gebleven.

Tussen Portorož en Piran liggen de zoutmagazijnen van Magazen, Grando en Montfort. Deze zijn zowel cultureel als historisch erfgoed. De zoutmagazijnen werden door Napoleon gebouwd tussen 1820 en 1845. Momenteel zijn deze magazijnen in gebruik als galerie. We rijden er maar voorbij.

Waar nog wel zout wordt gewonnen is in het Secovlje Salina Nature Park. Het is verdeeld in twee gedeelten, het ene gedeelte ligt in het noorden, Lera, en het andere gedeelte beslaat het zuiden, Fontanigge. Beide delen van het natuurpark zijn geopend voor publiek.

postojna

Een plek die je echt zou moeten bezoeken, is in mijn beleving Postojna, een plaats beroemd vanwege de prachtige grotten (Postojnska jama). Deze grotten zijn onderdeel van het langste ondergrondse grottenstelsel van Slovenië (20570 m2). Ik heb al veel grotten in mijn leven gezien, maar dit is zeer zeker de moeite waard. Dat vinden velen met mij, want Postojnska jama is – op Bled na – de drukst bezochte bezienswaardigheid van Slovenië.

olm

In deze grotten is de Olm (Proteus anguinus) een beroemde bewoner. De bijnaam van de Olm is ‘de menselijke vis’, een naam die hij dankt aan de zachtroze huidskleur. De Olm is een dier van ca. 20 tot 30 cm. lang, dat nooit het daglicht ziet. Hij leeft in het water van onderaardse rivieren die helder en rijk aan zuurstof zijn, maar arm aan voedsel. Uit onderzoeken is gebleken dat de Olm wel 10 jaar zonder eten kan leven. Dit zou betekenen dat het diertje slechts 5 tot 8 keer in zijn leven hoeft te eten, aangezien de gemiddelde leeftijd tussen de 50 en 80 jaar ligt. (bron: Slovenija.nl)

De afstand vanaf ons hotel naar Postojna is ongeveer 65 kilometer.

kasteel

Op een klein kwartiertje van de grotten rijden wij als bij toeval langs een mooi kasteel. Het Kasteel Predjama. We stappen uit en bezichtigen het kasteel. Het kasteel hangt als het ware voor een grot. En – dit is echt interessant – het blijkt dat er achter dit mooie kasteel een nog veel ouder gebouw verborgen zit, het originele grotkasteel genaamd Grad Jama of Grad Luegg. Het huidige kasteel dateert uit de Renaissance, maar het familiewapen uit 1583 getuigt van zijn eerdere oorsprong.

Als je dezelfde weg verder rijdt, kom je uit bij de hoofdstad van Slovenië, Ljubljana. In totaal is dat een ritje van ongeveer 105 kilometer. In 1989 was dit echt een vreselijke, kleurloze Oostblokstad. Het was geen foto waard, in onze beleving. Na de verzelfstandiging in 1991 is het centrum dusdanig opgeknapt, dat een bezoek minder beklemmend zal aanvoelen als het ons destijds deed. Het schijnt nu zelfs een levendige studentenstad te zijn! Saillant detail: toen we na onze wandeling terug kwamen bij onze auto, bleek dat we vergeten waren deze op slot te zetten. Maar, de auto stond er nog en alles wat erin lag ook!

piran

20161007_114728-1

Een andere leuke plaats aan de kust is Piran. Het is een havenstadje. Er is slechts één toegangsweg naartoe. En dezelfde weg moet je ook weer terug als je het stadje uit wil. Vanuit hier kun je leuke boottochtjes maken langs de kust. Piran is een oud stadje met kleine middeleeuwse steegjes.

Nog een leuke plaats om even door heen te slenteren, is Izola. Een andere havenstad. Eveneens met een oud centrum en een gezellige haven.

Het laatste havenstadje aan deze kust is Koper. Het is de grootste van de drie plaatsen. Verdere belangrijke bronnen van inkomsten zijn de auto-industrie en de wijnbouw.

Er zitten feitelijk niet zoveel verschillen tussen Koper, Izola en Piran. Heb je er eentje bezocht, dan weet je het wel. Wij hebben nog een boottocht gedaan vanuit Piran en de drie plaatsen te zien liggen vanaf de zee, is wel erg mooi.

 

strunjan

Een bezoekje aan het nationale park Strunjan is zeker de moeite waard. Het park biedt namelijk onderdak aan de hoogste flyschklif aan de Middellandse Zee, de enige Sloveense lagune, de meest noordelijk gelegen zoutpannen in het Middellandse Zeegebied en het langste stuk onbebouwde kustlijn aan de Golf van Triëst. Wij hebben hier heerlijk gewandeld.

theater

Tot zoverre het noordelijke gedeelte. We willen ook het gebied ten zuiden van ons bewonderen. Pula, liggend in de punt van Istrië, lijkt ons erg mooi. En de afstand valt mee… zo’n 92 kilometer. Helaas zijn de wegen niet zo als in Nederland. Het duurt een paar uur voordat we er zijn. Na wat rondrijden hebben we dan eindelijk een parkeerplaats gevonden. Vlakbij het Romeinse amfitheater, het pronkstuk van Pula. Volgens de gids is dit een van de best bewaarde Romeinse amfitheaters en het op vijf na grootste. Gebouwd in de eerste eeuw. Het is haast overweldigend om hier rond te mogen lopen, in dit immense gebouw met een muur van drie verdiepingen en een ellips van 132 bij 105 meter en maar liefst 23.000 man kon hier de gladiatoren zien vechten. Het is ontzettend heet (zelfs nog in september) en we zijn gaar van de reis. We zoeken de schaduw op en pas laat die dag rijden we terug naar ons hotel. Gelukkig is het nu minder druk.

De laatste twee dagen gebruiken we om bij te bruinen en om al het geld op te maken. Mijn reispartner heeft namelijk al het geld dat hij bij zich had om laten wisselen naar dinar. Maar alles is hier zo spotgoedkoop dat het nog niet meevalt alles te spenderen. Er is nog zoveel meer hier te zien. Des te zuidelijker je komt, des te meer campings je tegen komt. Grote, immense campings zelfs. En dat is na de oorlog alleen maar meer geworden. Helaas zijn de prijzen ook flink gestegen sindsdien.